Dit is radio zoals radio bedoeld is… zaterdag 19 september om elf uur: de mooiste muziek uit de jaren 60, 70 en 80. Vraag nu uw favoriete nummer aan. Elke week weer een nieuw weetje over een band of artiest, nu Gerry And The Pacemakers..
Gastenboek laden...
Gerry and the Pacemakers – Van Liverpoolse beatgroep tot een lied voor de eeuwigheid

Gerry and the Pacemakers – Van Liverpoolse beatgroep tot een lied voor de eeuwigheid

Weetje van 3 september 2026

Van bokshandschoenen naar een gitaar

Gerry Marsden werd op 24 september 1942 geboren in Dingle, een arbeiderswijk van Liverpool. Muziek was er al vroeg. Zijn vader speelde ukelele in de plaatselijke pub en Gerry zong als jongen in het kerkkoor. Toch leek muziek aanvankelijk niet de enige richting die hij op kon gaan. In het Florence Institute, een bekende jeugdclub in Liverpool, leerde hij zowel gitaarspelen als boksen.

Dat laatste nam hij behoorlijk serieus. Een van de jongens tegen wie hij in de ring stond was Alan Rudkin, die later zou uitgroeien tot een bokser van wereldklasse. Gerry kreeg tijdens een partij zo'n pak slaag dat hij besloot dat een carrière met een gitaar waarschijnlijk gezonder was dan eentje met bokshandschoenen. Achteraf bleek die nederlaag misschien wel een van de gelukkigste momenten uit zijn leven.


Een band met een naam waar Mars niet blij mee was

Samen met zijn oudere broer Freddie, die achter het drumstel plaatsnam, begon Gerry een groep. Les Chadwick kwam erbij en Arthur McMahon speelde piano. Zoals veel jonge Liverpoolse muzikanten waren ze gek op skiffle, rock-'n-roll en de platen die via de havenstad uit Amerika binnenkwamen.

Hun eerste naam was behoorlijk brutaal gekozen: Gerry Marsden and the Mars Bars. De jongens hoopten zelfs dat de fabrikant van de chocoladereep de naam leuk zou vinden en misschien iets voor de groep wilde betekenen. Het tegenovergestelde gebeurde. Mars liet weten dat de jongens de naam niet mochten gebruiken.

Daarmee verdween de Mars Bar uit de bandnaam. De nieuwe naam werd Gerry and the Pacemakers, geïnspireerd op de sportterm voor iemand die het tempo bepaalt. Achteraf was die naam bijna profetisch: gedurende een korte maar spectaculaire periode zouden ze inderdaad het tempo van de Britse hitparade bepalen.


In Liverpool waren The Beatles niet de enigen

Wie nu terugkijkt op Liverpool aan het begin van de jaren zestig ziet al snel The Beatles voor zich. Maar destijds was helemaal niet vanzelfsprekend dat zij de groep zouden worden die iedereen zou overvleugelen. Gerry and the Pacemakers waren in de clubs minstens zo populair en stonden regelmatig met hen op hetzelfde programma.

Er was zelfs een moment waarop Gerry's groep werd uitgekozen om in Liverpool in het voorprogramma van de Amerikaanse rock-'n-rollster Gene Vincent te spelen. The Beatles wilden dat optreden eveneens dolgraag hebben, maar werden op dat moment niet goed genoeg bevonden.

Het tekent hoe dicht de groepen in die jaren bij elkaar lagen. Ze waren concurrenten, maar ook vrienden. Ze speelden dezelfde clubs, kenden dezelfde mensen en probeerden allemaal een manier te vinden om van muziek hun beroep te maken.


Hamburg maakte van jongens muzikanten

Net als The Beatles kwamen de Pacemakers terecht in Hamburg. Gerry werkte destijds nog bij de spoorwegen, maar voor de Duitse optredens moesten de gewone banen uiteindelijk wijken. Dat was een enorme stap: opeens waren ze beroepsmuzikanten.

Hamburg was geen vakantie. De groepen moesten avond na avond lange sets spelen voor een rumoerig publiek. Een band kon niet na twintig minuten zeggen dat het repertoire op was. Alles wat bruikbaar was, werd gespeeld: rock-'n-roll, populaire hits, ballads en nummers die de groep soms pas kort daarvoor had gehoord.

Gerry vertelde later dat hij in Hamburg diep onder de indruk raakte van Tony Sheridan. Vooral de manier waarop Sheridan met zijn slaggitaar een hele band kon voortstuwen maakte indruk op hem. Gerry keek goed, luisterde en nam die energie mee in zijn eigen spel.

De Pacemakers stonden er bovendien om bekend razendsnel nieuwe hits op hun repertoire te zetten. Als op vrijdag een interessante plaat verscheen, kon die zaterdagavond al vanuit een Liverpoolse club vanaf het podium klinken.


Gerry geeft John Lennon slecht advies

De vriendschappelijke strijd met The Beatles leverde prachtige momenten op. Gerry vertelde jaren later over een tournee waarbij John Lennon naar hem toe kwam met een nieuw liedje waaraan hij had gewerkt. Lennon wilde weten wat Gerry ervan vond.

Het nummer heette I Want to Hold Your Hand.

Gerry luisterde en gaf zijn oordeel: hij vond het verschrikkelijk.

Niet lang daarna stond het nummer op nummer één en werd het een van de platen waarmee The Beatles definitief Amerika veroverden. Gerry kon het verhaal later met veel plezier vertellen. Het was ook typisch voor de verhouding tussen de Liverpoolse muzikanten in die periode: voordat de geschiedenis iedereen in verschillende hokjes plaatste, waren het vooral jonge collega's die elkaars nieuwe liedjes beluisterden en ongezouten vertelden wat ze ervan vonden.


Brian Epstein ziet opnieuw een Liverpoolse sensatie

Brian Epstein had inmiddels The Beatles onder zijn hoede en zag ook mogelijkheden in Gerry and the Pacemakers. Zij behoorden tot de eerste groepen die hij na The Beatles aan zijn stal toevoegde.

Daarmee ging een belangrijke deur open. Epstein bracht de groep bij EMI, waar ze terechtkwamen bij George Martin, dezelfde producer die met The Beatles werkte.

Hun eerste single werd How Do You Do It?, geschreven door Mitch Murray.

En juist dat nummer had een opmerkelijke voorgeschiedenis. George Martin had het eerder door The Beatles laten opnemen omdat hij dacht dat het een uitstekende hit kon worden. John Lennon en Paul McCartney wilden echter veel liever hun eigen nummers uitbrengen. Hun uitvoering bleef liggen.

Wat The Beatles niet wilden uitbrengen, werd vervolgens aan Gerry and the Pacemakers gegeven.

Op 11 april 1963 stond How Do You Do It? bovenaan de Britse hitparade.

Het moet voor Gerry een bijzonder gevoel zijn geweest: jarenlang had hij naast The Beatles in zweterige clubs gestaan en nu had zijn groep dankzij een nummer dat zij hadden laten liggen zelf een nummer-éénhit te pakken.


Drie singles, drie keer nummer één

Normaal gesproken was één nummer-éénhit voor een beginnende band al bijna ongelooflijk. Gerry and the Pacemakers deden het meteen nog een keer.

De opvolger I Like It bereikte eveneens de eerste plaats.

Daarna kwam een keuze die op papier helemaal niet logisch leek. In plaats van opnieuw een vrolijk beatnummer wilde Gerry een langzaam lied uit een musical opnemen: You'll Never Walk Alone uit Carousel van Rodgers en Hammerstein.

George Martin twijfelde. Het was niet bepaald het soort nummer waarmee de Pacemakers bekend waren geworden. Ook Brian Epstein had andere ideeën en de groep nam zelfs Hello Little Girl van Lennon en McCartney op. Maar Gerry bleef geloven in You'll Never Walk Alone.

Daar zat een jeugdherinnering achter. Gerry had Carousel als jongen in de bioscoop gezien. Hij was naar eigen zeggen eigenlijk vooral naar die voorstelling gegaan omdat er ook iets van zijn grote favorieten Laurel en Hardy te zien was. Maar toen hij You'll Never Walk Alone hoorde, bleef juist dát lied in zijn hoofd zitten.

Jaren later haalde hij het tevoorschijn.

Het resultaat was opnieuw nummer één.

Gerry and the Pacemakers werden daarmee de eerste Britse act waarvan de eerste drie singles allemaal de eerste plaats bereikten. Pas ruim twintig jaar later zou een andere Liverpoolse groep, Frankie Goes to Hollywood, dat kunststuk evenaren.


Hoe een musicalnummer het geluid van Anfield werd

Het beroemdste hoofdstuk van You'll Never Walk Alone begon eigenlijk heel gewoon.

Voor wedstrijden op Anfield werden in die tijd populaire platen uit de hitparade gedraaid. Zolang Gerry's plaat hoog in de Top 10 stond, klonk hij dus ook door het stadion. De supporters op de Kop begonnen mee te zingen.

Na verloop van tijd zakte de single uit de hitlijst en verdween hij volgens dat systeem ook uit het programma voor de wedstrijd.

Maar de supporters waren het daar niet mee eens.

Gerry herinnerde zich later dat vanaf de tribunes werd gevraagd waar 'hun lied' gebleven was. De plaat kwam terug. Alleen was het inmiddels geen gewone hitplaat meer. De supporters hadden het nummer als het ware geadopteerd.

Wat begon als een lied uit een Broadwaymusical, gezongen door een Liverpoolse popgroep, werd onderdeel van de identiteit van Liverpool FC en zou uiteindelijk in voetbalstadions over de hele wereld worden gezongen.

Gerry zei vele jaren later dat hij bij het horen van duizenden supporters die het zongen nog altijd kippenvel kreeg.


De vrolijke band bleek ook melancholie te kunnen maken

Na de uitbundige eerste hits begon Gerry steeds meer zelf te schrijven. Daardoor kwam er een andere kant van de groep naar voren.

I'm the One bereikte in 1964 de tweede plaats en Don't Let the Sun Catch You Crying liet horen dat de Pacemakers veel meer konden dan vrolijke Merseybeat spelen. Het was ingetogen, warm en bijna melancholiek.

Juist dat nummer hielp hen in Amerika. Terwijl de Britse invasie daar in volle gang was, werd het een grote Amerikaanse hit.

Een merkwaardig detail was dat er al een veel ouder lied bestond met precies dezelfde titel. Ray Charles had een nummer met die naam opgenomen dat muzikaal niets met de compositie van Gerry's groep te maken had. Toch ontstond er discussie over de rechten en moest een deel van de opbrengsten worden afgestaan.

Het succes in Amerika maakte de Pacemakers korte tijd onderdeel van dezelfde enorme Britse golf die ook The Beatles, The Searchers, The Dave Clark Five en andere groepen over de Atlantische Oceaan bracht.


Een lied dat eerst maar niet wilde komen

Na het enorme succes van de Beatlesfilm A Hard Day's Night kreeg ook Gerry and the Pacemakers een speelfilm. Het verhaal speelde zich vanzelfsprekend af in Liverpool en kreeg de titel Ferry Cross the Mersey.

Daarmee kreeg Gerry meteen een probleem: bij zo'n titel hoorde natuurlijk ook een titelsong.

Maar juist het nummer dat later een van zijn bekendste composities zou worden, wilde aanvankelijk maar niet lukken.

Gerry probeerde volgens zijn eigen herinneringen maandenlang de juiste sfeer te vinden. Hij ging naar de rivier, keek naar de schepen en de veerboten en besefte dat het geen snel rock-'n-rollnummer moest worden. De beweging van het water en de langzaam varende ferry vroegen om iets anders.

Op een dag zat hij in zijn auto toen de melodie ineens in zijn hoofd verscheen.

Hij stopte, belde zijn moeder en vroeg haar zijn bandrecorder klaar te zetten. Via de telefoon probeerde hij ervoor te zorgen dat het idee niet verloren ging. Daarna haastte hij zich naar huis.

Een lied waar hij wekenlang op had zitten worstelen, was vervolgens in enkele minuten af.

Ferry Cross the Mersey werd geen lied over beroemd zijn. Het werd een liefdesverklaring aan Liverpool en vooral aan de mensen die er woonden. Gerry vond dat zijn stad iedereen welkom heette, ongeacht wie je was of waar je vandaan kwam. Precies dát gevoel wilde hij erin leggen.


Een film als tijdcapsule van Liverpool

De film Ferry Cross the Mersey verscheen in 1965 en was gedeeltelijk bedoeld als antwoord op het filmsucces van The Beatles.

Het verhaal zelf was luchtig, maar achteraf kreeg de film een andere waarde. Er zijn beelden in te zien van Liverpool en Merseyside in een tijd waarin de stad het middelpunt van een muzikale revolutie was. Clubs, straten, de rivier en de jonge muzikanten werden vastgelegd voordat veel van die wereld alweer veranderde.

De titelsong bereikte in Groot-Brittannië de achtste plaats en werd ook in Amerika een Top 10-hit.

Gerry was bovendien verrassend enthousiast over acteren. Tijdens de opnamen vond hij dat hij gaandeweg steeds beter werd en hij zei zelfs dat hij na deze film graag eens in een echte horrorfilm zou willen spelen.

Die horrorfilm kwam er nooit. Het idee alleen al – de altijd breed lachende Gerry Marsden als horroracteur – is een mooi beeld van hoe nieuwsgierig hij destijds naar andere mogelijkheden buiten de popgroep begon te kijken.


Met een zwaard door een hotel

Het keurige beeld van vier vriendelijke jongens in pakken betekende overigens niet dat het leven op tournee altijd even netjes verliep.

Dave Davies van The Kinks herinnerde zich later een avond waarop hij samen met Gerry in een hotel zat. De bar was gesloten en de twee vonden dat onacceptabel. Toen ze geen drankje meer konden krijgen, ontdekten ze decoratieve oude wapens aan de muur van de lobby.

Gerry pakte zwaarden. Davies bemachtigde een bijl.

Wat daarna precies verstandig was aan hun plan valt moeilijk uit te leggen. Volgens Davies werd het meubilair het slachtoffer, waarna de twee muzikanten, toen de nachtportier verscheen, naar buiten vluchtten en zich verborgen.

Het verhaal past nauwelijks bij de lachende Gerry die op televisie I Like It stond te zingen, maar het leven van Britse popgroepen op tournee in de jaren zestig was soms aanzienlijk wilder dan hun keurige platenhoezen deden vermoeden.


De muziekwereld verandert razendsnel

Het probleem voor Gerry and the Pacemakers was niet dat ze opeens slechte platen maakten. De wereld om hen heen veranderde simpelweg met ongelooflijke snelheid.

In 1963 waren pakken, korte popsongs en Merseybeat modern geweest. Slechts twee of drie jaar later experimenteerden The Beatles met andere instrumenten en studiotechnieken, verschenen groepen als The Kinks, The Who en The Rolling Stones steeds nadrukkelijker op de voorgrond en begon popmuziek zichzelf opnieuw uit te vinden.

Gerry was in wezen een entertainer. Hij hield van sterke melodieën, rechtstreeks contact met een publiek en liedjes die mensen onmiddellijk konden meezingen. Hij had weinig behoefte om achter iedere nieuwe muzikale mode aan te lopen.

In 1965 zei hij zelf al dat hij nooit had verwacht dat de periode van gillende fans en opeenvolgende nummer-éénhits eeuwig zou duren. Hij wilde zich breder ontwikkelen en niet uitsluitend de zanger van een beatgroep blijven.


In 1966 valt het doek

De hits werden kleiner. Walk Hand in Hand werd eind 1965 hun laatste Britse Top 40-hit. In oktober 1966 werd bekend dat Gerry and the Pacemakers uit elkaar gingen.

Het was een opvallend onopvallend einde. Slechts drie jaar eerder hadden ze drie nummer-éénhits achter elkaar gehad en behoorden ze samen met The Beatles tot de beroemdste groepen van Liverpool.

De anderen kozen grotendeels voor een leven buiten de schijnwerpers. Freddie Marsden stopte uiteindelijk helemaal met professioneel drummen. Hij werkte onder andere als telefonist en begon later zelfs een autorijschool met een toepasselijke naam: de Pacemaker Driving School.

Toen hij jaren later werd gevraagd of hij zijn drumstel nog had, bleek ook daar weinig rock-'n-rollsentiment bij te zitten. Hij had het weggedaan.

Het nam te veel ruimte in de garage in.


Gerry kon de Pacemakers toch niet helemaal loslaten

Gerry ging alleen verder. Hij verscheen op televisie, speelde later in de West End-musical Charlie Girl en ontwikkelde zich steeds meer tot allround entertainer.

Maar de oude liedjes verdwenen niet.

Vanaf de jaren zeventig trad hij opnieuw op onder de naam Gerry and the Pacemakers, maar met andere muzikanten. De samenstelling wisselde door de jaren heen, terwijl Gerry de vaste factor bleef.

En vreemd genoeg kregen sommige oude nummers in de jaren tachtig een betekenis die niemand bij de oorspronkelijke opnamen had kunnen voorzien.

Na de brand in het stadion van Bradford City in 1985 nam Gerry met een grote groep artiesten onder de naam The Crowd opnieuw You'll Never Walk Alone op voor het goede doel. De plaat bereikte opnieuw nummer één.

Vier jaar later, na de ramp in Hillsborough, gebeurde iets vergelijkbaars met Ferry Cross the Mersey. Samen met onder anderen Paul McCartney, Holly Johnson en The Christians werd een nieuwe versie opgenomen om geld in te zamelen voor de slachtoffers en hun families.

Ook die plaat bereikte nummer één.

De muziek die in de jaren zestig was gemaakt om jonge mensen te laten dansen en platen te verkopen, was tientallen jaren later muziek geworden waarmee mensen elkaar troostten.


Een echte Pacemaker

Gerry bleef optreden zolang zijn gezondheid dat toeliet. In 2003 onderging hij een zware hartoperatie met een drievoudige bypass. In 2016 volgde opnieuw een hartoperatie.

Daarna gebeurde iets waar Gerry zelf ongetwijfeld de humor van heeft ingezien.

De man die bijna zijn hele leven de leider van de Pacemakers was geweest, kreeg vanwege zijn hartproblemen uiteindelijk zelf een pacemaker.

In november 2018 kondigde hij zijn afscheid van het podium aan. Na tientallen jaren reizen, zingen en verhalen vertellen wilde hij meer tijd met zijn familie doorbrengen.

Toch kon hij Liverpool niet helemaal weerstaan.

Op 6 juni 2019 verscheen hij onverwacht tijdens een concert van Take That op Anfield. Liverpool FC had kort daarvoor de Champions League gewonnen. Gerry kwam het podium op en zong nog één keer het lied dat hem en het stadion al meer dan een halve eeuw met elkaar verbond:

You'll Never Walk Alone.

Het werd zijn laatste grote publieke optreden.


Het einde van een Liverpoolse generatie

Freddie Marsden overleed in 2006. Bassist Les Chadwick, die na zijn muzikale carrière naar Australië was verhuisd, stierf in december 2019.

Gerry Marsden overleed op 3 januari 2021, 78 jaar oud. Hij was kort daarvoor opgenomen in het ziekenhuis met een ernstige infectie die zijn hart had aangetast.

Les Maguire, de toetsenist uit de klassieke bezetting, bleef uiteindelijk als laatste over. Hij overleed in november 2023.

Daarmee was de volledige bezetting die in de jaren zestig met George Martin in Abbey Road had gestaan verdwenen.

Maar het merkwaardige aan Gerry and the Pacemakers is dat hun verhaal daardoor nauwelijks als afgesloten voelt.

Iedere keer dat een veerboot over de Mersey vaart en iemand de melodie neuriet, zijn ze er weer. Iedere keer dat ergens duizenden voetbalsupporters hun armen om elkaar heen slaan en You'll Never Walk Alone inzetten, klinkt een stem uit Liverpool uit 1963 opnieuw.

Ze hebben nooit de experimentele albums gemaakt die The Beatles maakten. Ze hebben ook nooit twintig jaar onafgebroken de hitparades beheerst. Hun oorspronkelijke periode aan de top duurde eigenlijk verbazingwekkend kort.

Maar Gerry Marsden had als jonge man een bandnaam gekozen die betekende dat je het tempo voor anderen aangeeft.

Meer dan zestig jaar later blijken sommige van zijn liedjes nog altijd precies dat te doen.