

De verhalenverteller die geschiedenis tot leven zong
Weetje van 25 oktober 2026
Van Glasgow naar Londen
Al Stewart werd op 5 september 1945 geboren in Glasgow, maar groeide op in het zuiden van Engeland. Muziek trok al vroeg zijn aandacht. Als jongen luisterde hij naar skiffle, folk en de eerste rock-’n-roll, maar hij raakte vooral gefascineerd door liedjes waarin echt een verhaal werd verteld.
In de jaren zestig vertrok hij naar Londen, waar de folkclubs rond Soho een broedplaats waren voor jonge muzikanten. Stewart stond er tussen artiesten als Bert Jansch, Ralph McTell en een nog nauwelijks bekende Paul Simon. Hij speelde onder meer in het beroemde Les Cousins, een kleine kelderclub waar muzikanten tot diep in de nacht optraden.
Een jonge gitarist tussen de grote namen
Stewart was aanvankelijk vooral gitarist. Hij kocht zelfs ooit een elektrische gitaar van Andy Summers, jaren voordat die wereldberoemd werd met The Police.
Zijn eerste single verscheen in 1966, maar een echte doorbraak bleef uit. Stewart merkte al snel dat hij zich moeilijk thuis voelde bij eenvoudige liefdesliedjes. Hij las veel over geschiedenis, politiek en literatuur en begon juist daar zijn onderwerpen te zoeken.
Dat leverde liedjes op over oorlogen, historische figuren en gebeurtenissen die je normaal gesproken eerder in een geschiedenisboek zou verwachten dan op een popplaat.
Past, Present and Future
In 1973 verscheen Past, Present and Future, een album waarmee Stewart zijn eigen stijl definitief vond. Op de plaat stonden nummers over onder meer Nostradamus, de Tweede Wereldoorlog en politieke ontwikkelingen.
Het bijzondere was dat zijn platenmaatschappij aanvankelijk niet bepaald overtuigd was dat lange historische liedjes commercieel verstandig waren. Stewart trok zich daar weinig van aan. Hij vond dat een lied niet altijd over verliefdheid of liefdesverdriet hoefde te gaan.
Juist die koppigheid werd uiteindelijk zijn kracht.
Alan Parsons en een grote doorbraak
Een belangrijke verandering kwam toen Stewart ging samenwerken met producer Alan Parsons, die eerder betrokken was geweest bij albums van The Beatles en Pink Floyd.
Samen maakten ze in 1975 Modern Times en daarna het album dat Stewart wereldwijd bekend zou maken: Year of the Cat.
Het titelnummer was oorspronkelijk helemaal niet bedoeld als een romantisch verhaal in een exotische omgeving. Stewart had eerder een lied geschreven over de Britse komiek Tony Hancock. Toen hij merkte dat bijna niemand buiten Groot-Brittannië wist wie Hancock was, herschreef hij de tekst volledig.
De melodie bleef grotendeels bestaan, maar het verhaal veranderde in het mysterieuze Year of the Cat.
Een onverwachte wereldhit
Year of the Cat werd in 1976 uitgebracht en groeide onverwacht uit tot een enorme hit. Het nummer viel op door zijn lange intro, piano, saxofoon en filmachtige tekst.
Stewart vertelde later dat hij het succes zelf nauwelijks zag aankomen. Het was immers geen typische radiosingle: het nummer duurde lang en had geen eenvoudig refrein dat voortdurend werd herhaald.
Toch werd het juist daardoor herkenbaar. Het album verkocht miljoenen exemplaren en maakte Stewart vooral in de Verenigde Staten bijzonder populair.
Time Passages
Twee jaar later volgde Time Passages. Ook het titelnummer werd een grote hit. Opnieuw werkte Stewart met Alan Parsons en opnieuw klonk de plaat verzorgd, warm en bijna filmisch.
Toch voelde Stewart zich nooit helemaal een gewone popster. Terwijl andere artiesten hun concerten vulden met grote gebaren, kon hij tussen twee nummers rustig minutenlang vertellen over een historische gebeurtenis die hem bezighield.
Soms duurde zo’n verhaal bijna langer dan het nummer dat erop volgde.
Verder weg van de hitlijsten
In de jaren tachtig veranderde de muziekwereld. Synthesizers, videoclips en nieuwe popstijlen bepaalden steeds meer de hitlijsten. Stewart bleef echter zijn eigen koers volgen.
Albums als 24 Carrots, Russians & Americans en later Last Days of the Century bevatten opnieuw teksten over geschiedenis, politiek en menselijke keuzes.
De enorme hits bleven uit, maar Stewart behield een trouwe groep luisteraars. Vooral tijdens concerten bleek hoeveel mensen zijn oude én nieuwe werk bleven waarderen.
Een bijzondere liefde voor wijn
Naast geschiedenis ontwikkelde Stewart nog een andere grote passie: wijn. Hij bouwde door de jaren heen een indrukwekkende kennis op van vooral Franse wijnen.
Dat onderwerp kwam zelfs in zijn muziek terecht. Het album Down in the Cellar uit 2000 draait vrijwel volledig om wijn, wijngaarden en wijnmakers.
Voor Stewart was dat helemaal niet zo vreemd. Volgens hem leek wijn op geschiedenis: iedere fles heeft een plaats, een jaar en een verhaal.
Nog altijd op het podium
Al Stewart heeft nooit officieel afscheid genomen van de muziek. Ook tientallen jaren na Year of the Cat bleef hij optreden en zijn liedjes spelen voor een publiek dat vaak meerdere generaties omvat.
Zijn carrière werd uiteindelijk veel groter dan die ene wereldhit. Hij werd een van de weinige singer-songwriters die geschiedenis, literatuur, politiek en popmuziek consequent met elkaar wist te verbinden.
En zolang ergens de pianoklanken van Year of the Cat beginnen, lijkt het alsof Al Stewart opnieuw een deur opent naar een verhaal uit een andere tijd.