
De Toekomst Begon in Sheffield
Artiest: The Human League
Weetje van 18 oktober 2026
Het begon niet met popmuziek
Wie The Human League vooral kent van “Don’t You Want Me”, “Human” en “Fascination”, zou kunnen denken dat de groep vanaf het begin was opgericht om perfecte elektronische popliedjes te maken. Niets is minder waar.
Het verhaal begint in Sheffield, een industriestad waar eind jaren zeventig tussen de staalfabrieken een opvallende elektronische muziekscene ontstond. Martyn Ware en Ian Craig Marsh experimenteerden er met synthesizers in een tijd waarin zo'n instrument nog helemaal niet vanzelfsprekend was. Een goede synthesizer kostte een vermogen en veel muzikanten beschouwden hem eerder als een vreemd laboratoriumapparaat dan als een serieus rockinstrument.
Ware en Marsh hadden aanvankelijk een experimenteel elektronisch project dat The Future heette. Gitaren wilden ze eigenlijk helemaal niet gebruiken. Ze waren gefascineerd door groepen als Kraftwerk en door het idee dat je muziek volledig met elektronica kon maken.
Maar er ontbrak iets: een zanger.
Philip Oakey werd gevraagd, niet omdat hij een ervaren frontman was, maar vooral omdat men dacht dat hij er goed uitzag en een geschikte stem zou kunnen hebben. Oakey werkte op dat moment in een ziekenhuis en had nauwelijks ervaring als professionele zanger.
Met hem erbij ontstond in 1977 The Human League.
Vanaf het begin was duidelijk dat dit geen gewone band zou worden.
Een band met een man voor dia's
Naast Oakey, Ware en Marsh kwam ook Philip Adrian Wright bij de groep. Alleen was Wright aanvankelijk helemaal geen muzikant.
Zijn functie was officieel die van verantwoordelijk man voor de beelden.
Tijdens optredens projecteerde hij dia's en films achter de groep terwijl de anderen hun synthesizers bespeelden. Daarmee leek een optreden van The Human League soms meer op een futuristische kunstvoorstelling dan op een traditioneel popconcert.
Ze wilden bewust afstand nemen van de gebruikelijke rockwereld. Geen uitgebreide gitaarsolo's, geen bluesposes en liefst zo weinig mogelijk traditionele instrumenten.
Zelfs hun uiterlijk hoorde daarbij.
In Sheffield leverde dat nogal eens vreemde situaties op. Ian Craig Marsh verscheen ooit in het uitgaansleven met een leeg blik baked beans als armband. Een man vond dat zo irritant dat hij het blik van zijn arm trok, op de grond gooide en platstampte.
“En wat ga je nu doen?”, zou hij Marsh hebben gevraagd.
Marsh antwoordde droog:
“Een ander blik openmaken.”
Een diplomatiek antwoord was het niet. Het incident liep dan ook minder gezellig af.
Het typeerde wel de mentaliteit van de vroege Human League: ze wilden vooral anders zijn.
Being Boiled
Een van de eerste nummers waarmee de groep aandacht kreeg was “Being Boiled”.
Voor 1978 klonk het bijna buitenaards. Een dreigende synthesizer, een monotone elektronische puls en daarover de opvallend diepe stem van Philip Oakey.
Het nummer paste totaal niet bij de punk die op dat moment Groot-Brittannië domineerde.
Toch begon er belangstelling te komen.
The Human League kreeg een platencontract bij Virgin Records en bracht in 1979 het album “Reproduction” uit. Een jaar later volgde “Travelogue”.
De recensies waren vaak goed en de groep bouwde een trouwe aanhang op, maar een grote commerciële doorbraak bleef uit.
Binnen de band ontstond ondertussen een fundamenteel probleem.
Martyn Ware wilde verder experimenteren.
Philip Oakey wilde steeds meer richting echte popmuziek.
Oakey hield bijvoorbeeld van ABBA. Zijn ambitie was opvallend eenvoudig: elektronische muziek maken die net zo toegankelijk en melodieus kon zijn als de grote popplaten van ABBA.
Die twee richtingen bleken uiteindelijk niet meer met elkaar te verenigen.
De band valt uit elkaar
In 1980 kwam het tot een breuk.
Martyn Ware en Ian Craig Marsh vertrokken.
Ware en Marsh zouden kort daarna samen met Glenn Gregory eerst British Electric Foundation en vervolgens Heaven 17 beginnen.
Voor The Human League leek het verhaal daarmee bijna afgelopen.
Er was alleen een probleem.
Er stond al een tournee gepland.
En er waren contractuele verplichtingen.
Philip Oakey en Adrian Wright hadden dus nog wel de naam The Human League, maar nauwelijks een band.
Sterker nog: Wright moest plotseling synthesizer leren spelen omdat hij tot dan toe voornamelijk verantwoordelijk was geweest voor de beelden.
Oakey moest in zeer korte tijd een nieuwe Human League bij elkaar zien te krijgen.
De oplossing vond hij niet op een muziekschool of tijdens audities.
Hij vond haar op een dansvloer.
Twee meisjes in de Crazy Daisy
In Sheffield stond de discotheek Crazy Daisy. Philip Oakey bezocht de club en zag daar twee vriendinnen dansen: Joanne Catherall en Susan Ann Sulley.
Ze waren zestien en zeventien jaar oud.
Geen professionele zangeressen.
Geen ervaren muzikanten.
Gewoon twee schoolmeisjes die samen uit waren.
Oakey zag echter iets in de manier waarop ze samen dansten en stapte op ze af.
Of ze misschien met The Human League mee wilden doen.
Het moet een merkwaardig voorstel zijn geweest. Twee tieners die nog op school zaten kregen ineens de vraag om met een bekende band op tournee te gaan.
Thuis waren de ouders begrijpelijk genoeg minder enthousiast.
Susan en Joanne deden uiteindelijk toch auditie.
Daarna moest Philip Oakey bij de ouders uitleg komen geven over zijn plannen.
Dat bezoek werd onvergetelijk.
Oakey verscheen volledig opgemaakt, met rode lippenstift en hoge hakken.
De vader van Susan vond het allemaal zo merkwaardig dat hij zich volgens Susan uiteindelijk in de slaapkamer terugtrok en aanvankelijk weigerde naar beneden te komen.
Haar grootmoeder zou hem uiteindelijk hebben duidelijk gemaakt dat zijn dochter hem waarschijnlijk nooit zou vergeven wanneer hij haar deze kans ontnam.
Hij kwam alsnog naar beneden.
De meisjes mochten mee.
Van schoolbank naar tourbus
Het contrast kon nauwelijks groter zijn.
De ene dag zaten Susan en Joanne nog op school, kort daarna stonden ze met The Human League op het podium.
Ze hadden zelfs al kaartjes gekocht voor een concert van The Human League in Doncaster.
Alleen stonden ze tijdens dat concert uiteindelijk niet tussen het publiek.
Ze stonden op het podium.
De glamour viel in het begin behoorlijk tegen. De groep reisde rond in een witte Ford Transit. Susan herinnerde zich later hoe ze tijdens de eerste buitenlandse reizen uit het raam keek naar bijvoorbeeld de kathedraal van Keulen en nauwelijks kon geloven dat dit haar leven was geworden.
Tegelijkertijd moesten de meisjes gewoon hun school afmaken.
Tijdens de opnames van het album dat hun leven compleet zou veranderen, reisden ze heen en weer tussen Sheffield en de studio omdat ze ook nog hun eindexamens moesten maken.
Martin Rushent verandert alles
Een cruciale figuur werd producer Martin Rushent.
Rushent begreep dat elektronische muziek niet per se koud of experimenteel hoefde te klinken. Synthesizers konden ook krachtig, warm en vooral dansbaar zijn.
Samen begonnen ze aan “Dare”.
De technologie waarmee gewerkt werd was naar moderne maatstaven primitief. Tegenwoordig kun je op een computer binnen seconden een reeks noten verplaatsen. Begin jaren tachtig kon het programmeren van een sequencer uren kosten.
Soms moest een nummer vanaf het begin van de tape worden afgespeeld om te controleren of één verandering goed werkte.
Rushent stapelde bovendien synthesizergeluiden over elkaar. Eén ogenschijnlijk eenvoudig geluid kon uiteindelijk bestaan uit tientallen afzonderlijk opgenomen synthesizerlagen.
Een nummer kon weken werk kosten.
Toch gebeurde er iets bijzonders.
The Human League klonk ineens niet meer als een experimentele elektronische groep die toevallig popliedjes maakte.
Het werd een echte popgroep die toevallig vrijwel alles met elektronica deed.
De successen komen ineens snel
“The Sound of the Crowd” werd een hit.
Daarna volgde “Love Action (I Believe in Love)”.
Vervolgens kwam “Open Your Heart”.
Elke single leek het beter te doen dan de vorige.
Het opmerkelijke was dat niemand precies volgens een vooropgezet meesterplan werkte. Ideeën ontstonden soms uit een simpele synthesizerriff of een klein melodietje waarna de rest van de groep het nummer verder opbouwde.
Philip Oakey had ondertussen precies voor ogen wat hij wilde bereiken.
Een album waarop bijna ieder nummer als single zou kunnen worden uitgebracht.
Dat album werd “Dare”.
Het verscheen in 1981.
En ergens tussen al die nummers stond een liedje waar Oakey zelf eigenlijk niet zoveel vertrouwen in had.
“Don’t You Want Me”.
Het nummer dat Philip Oakey liever niet als single wilde
Het is inmiddels bijna onmogelijk voor te stellen, maar Philip Oakey vond “Don’t You Want Me” aanvankelijk niet een van de sterkste nummers van het album.
Hij vond het zelfs te glad.
Het nummer begon bovendien heel anders dan de uiteindelijke wereldhit.
Adrian Wright had een melodie bedacht en Jo Callis werkte eraan verder, maar er ontbrak nog iets wezenlijks:
een refrein.
Tijdens de opnames in de Genetic Studios stuurde Martin Rushent Philip Oakey naar een andere ruimte met ongeveer de boodschap dat hij niet terug hoefde te komen voordat hij een refrein had.
Een paar uur later kwam Oakey terug.
“Don’t you want me, baby...”
Daar was het.
Een van de bekendste refreinen uit de popgeschiedenis.
De cocktailbar heeft nooit bestaan
Ook het verhaal in het nummer was bijzonder.
Oakey liet zich inspireren door zogenaamde photo-romance tijdschriften: bladen waarin verhalen werden verteld met foto's en tekstballonnen, een soort romantische strip met echte acteurs.
Het idee werd een gesprek tussen een man en een vrouw die ieder een totaal andere herinnering hebben aan hun relatie.
Oakey zingt eerst zijn versie.
Susan Sulley antwoordt.
Daardoor hoor je eigenlijk een ruzie waarin twee mensen allebei denken dat zij gelijk hebben.
De beroemde openingszin over het meisje dat als serveerster in een cocktailbar werkte zorgde later voor een grappig misverstand.
Talloze mensen namen aan dat Susan Sulley werkelijk in zo'n bar had gewerkt.
Niet dus.
Ze was een schoolmeisje.
Susan heeft tientallen jaren moeten uitleggen dat ze nooit serveerster in een cocktailbar is geweest.
De zang werd zelfs op het toilet opgenomen
Ook tijdens de opname gebeurde iets dat je bij zo'n zorgvuldig geproduceerde wereldhit niet snel zou verwachten.
Een gedeelte van de zang van Philip Oakey werd opgenomen in een toiletruimte omdat de akoestiek daar bruikbaar bleek.
Tijdens een opname besloot geluidstechnicus David Allen achter hem het toilet door te spoelen.
Die bijdrage haalde de uiteindelijke plaat niet.
De rest gelukkig wel.
Susan nam haar beroemde antwoordstem midden in de nacht op.
Ze was nog nauwelijks ervaren als zangeres en zou later regelmatig zeggen dat ze, wanneer ze het nummer hoort, dingen hoort die ze tegenwoordig anders zou zingen.
Juist die onbevangenheid werd echter een deel van de charme van de plaat.
Philip wilde helemaal geen vierde single
Toen Virgin Records “Don’t You Want Me” als vierde single van “Dare” wilde uitbrengen, was Philip Oakey daar aanvankelijk tegen.
Er waren al verschillende succesvolle singles van het album verschenen en Oakey dacht dat het publiek The Human League onderhand wel genoeg gehoord zou hebben.
De platenmaatschappij dacht daar anders over.
Producer Martin Rushent dacht er anders over.
Het management dacht er anders over.
Vrijwel iedereen dacht er anders over.
Oakey verloor de discussie.
Op 27 november 1981 verscheen “Don’t You Want Me” als single.
Een paar weken later stond het nummer op nummer één.
Met Kerstmis stond The Human League bovenaan de Britse hitlijst.
Een natte avond in plaats van tropische stranden
De videoclip hielp enorm.
Regisseur Steve Barron maakte er geen standaardvideo van waarin een band simpelweg een nummer stond te playbacken. Hij creëerde een klein filmverhaal, geïnspireerd door de film “The French Lieutenant's Woman”.
Dat was in die tijd nog vrij vernieuwend.
Andere groepen zouden later peperdure video's opnemen op exotische locaties.
The Human League kreeg iets minder glamour.
Een groot gedeelte werd tijdens een koude, natte avond in Slough opgenomen.
Er zat zelfs een scène in met een Rover waarin Jo Callis zogenaamd reed.
Alleen kon Callis helemaal niet autorijden.
Terwijl hij achter het stuur zat te doen alsof hij de auto bestuurde, stonden mensen buiten beeld de Rover voort te duwen.
Op televisie zag niemand het verschil.
Amerika ontdekt The Human League
Toen MTV in Amerika steeds belangrijker werd, bleek de filmische videoclip precies op het juiste moment te komen.
In 1982 bereikte “Don’t You Want Me” ook de eerste plaats van de Amerikaanse Billboard Hot 100.
The Human League was plotseling een wereldgroep.
“Dare” verkocht miljoenen exemplaren.
Voor Virgin Records was het succes eveneens enorm belangrijk. Het label was nog lang niet het gigantische bedrijf dat het later zou worden en “Dare” bracht buitengewoon veel geld binnen.
Volgens Martin Rushent was Richard Branson zo blij met het succes dat hij Philip Oakey uiteindelijk zelfs een motor cadeau deed.
Niet slecht voor een zanger die het grootste nummer van het album eigenlijk niet als single had willen uitbrengen.
League Unlimited Orchestra
Na “Dare” verscheen nog een opmerkelijk project.
Martin Rushent had voor singles verschillende experimentele remixen gemaakt. Dat gebeurde aanvankelijk vooral uit praktische noodzaak: Virgin had B-kanten nodig en nieuwe nummers maken kostte te veel tijd.
Rushent was onder andere geïnteresseerd geraakt in de vroege Amerikaanse hiphop- en dubtechnieken waarbij bestaande opnamen uit elkaar werden gehaald en opnieuw opgebouwd.
Uit die experimenten ontstond uiteindelijk een compleet album:
“Love and Dancing”.
Het verscheen niet gewoon onder de naam The Human League maar als werk van de League Unlimited Orchestra, een knipoog naar Barry White's Love Unlimited Orchestra.
Tegenwoordig lijkt een remixalbum volkomen normaal.
In 1982 was het behoorlijk revolutionair.
“Love and Dancing” wordt daardoor achteraf gezien als een van de vroege voorbeelden van een volledig remixalbum.
Na de top komt de twijfel
Het probleem met gigantisch succes is dat er daarna een opvolger moet komen.
The Human League had jaren kunnen dromen van een nummer één.
Nu moesten ze ineens bewijzen dat “Dare” geen toeval was.
Dat bleek veel moeilijker.
Tijdens de opnames van “Hysteria” ontstonden spanningen. Producer Martin Rushent en de band kregen steeds meer meningsverschillen.
Volgens Rushent was het enorme succes voor iedereen moeilijk te verwerken. De bandleden waren jong, er was plotseling veel geld en iedere beslissing werd belangrijk.
Tijdens een studiosessie liep een discussie uiteindelijk zo hoog op dat Rushent vertrok.
De man die een groot deel van het geluid van “Dare” had helpen creëren, was weg.
“Hysteria” verscheen uiteindelijk in 1984.
Het album leverde nummers op als “The Lebanon” en “Louise”, maar het onwaarschijnlijke succes van “Dare” werd niet geëvenaard.
Philip Oakey zonder The Human League
In 1984 gebeurde daarnaast iets merkwaardigs.
Philip Oakey werkte samen met de Italiaanse producer Giorgio Moroder aan “Together in Electric Dreams”.
Het nummer hoorde bij de film “Electric Dreams” en was officieel helemaal geen Human League-single.
Toch klonk Oakey's stem zo herkenbaar dat veel mensen het nummer automatisch met de groep gingen associëren.
Later werd het tijdens optredens zelfs een vast onderdeel van het repertoire van The Human League.
Het is daarmee een van die merkwaardige hits die officieel buiten een band ontstond, maar uiteindelijk bijna onderdeel van de identiteit van diezelfde band werd.
Amerikaanse hulp en een nieuwe nummer één
Halverwege de jaren tachtig zat de groep opnieuw in een moeilijke periode.
Voor het album “Crash” werd samengewerkt met het Amerikaanse producersduo Jimmy Jam en Terry Lewis, dat later enorme successen zou boeken met onder anderen Janet Jackson.
Uit die samenwerking ontstond “Human”.
Het nummer klonk anders dan de klassieke Human League.
Warmer, gladder en meer gericht op Amerikaanse soul en R&B.
Maar het werkte.
In 1986 bereikte “Human” de eerste plaats in Amerika.
Vijf jaar na “Don’t You Want Me” had The Human League opnieuw een Amerikaanse nummer één.
De jaren negentig worden moeilijk
Na “Crash” begonnen verschillende leden te vertrekken en uiteindelijk bleef de herkenbare kern rond Philip Oakey, Susan Sulley en Joanne Catherall over.
Het album “Romantic?” uit 1990 kon de commerciële neergang niet stoppen.
Na jaren van enorme successen verloor The Human League zijn contract bij Virgin.
Voor Oakey was dat een harde periode.
Een groep die een paar jaar eerder wereldwijd bovenaan de hitlijsten stond, moest ineens opnieuw bewijzen dat iemand nog op nieuwe muziek zat te wachten.
The Human League verdween echter niet.
Oakey, Sulley en Catherall bleven samenwerken.
En halverwege de jaren negentig kwam onverwacht een nieuwe kans.
Tell Me When
In 1995 verscheen “Octopus”.
De eerste single was “Tell Me When”.
Plotseling stond The Human League weer hoog in de hitlijsten.
Het nummer klonk modern genoeg voor de jaren negentig, maar bevatte tegelijk alles waardoor The Human League herkenbaar bleef: Oakey's diepe stem, elektronische melodieën en de zang van Susan en Joanne.
Ook “One Man in My Heart”, met Susan Sulley prominent op zang, werd een hit.
Bijna vijftien jaar na “Dare” bleek de groep nog steeds relevant.
Niet door krampachtig te proberen een totaal andere band te worden, maar juist door te accepteren wat The Human League altijd bijzonder had gemaakt.
Waarom Philip Oakey nooit zijn haar verloor
Ook het uiterlijk van Philip Oakey is altijd een belangrijk onderdeel van de groep gebleven.
Begin jaren tachtig was zijn kapsel bijna even beroemd als de muziek: aan de ene kant kort, aan de andere kant een lange lok.
Make-up, hoge hakken en futuristische kleding hoorden bij zijn imago.
Het interessante is dat Oakey zich nooit echt als traditionele rockster heeft gedragen.
Hij presenteerde zichzelf eerder als iemand uit een toekomstige wereld die toevallig in een popgroep terecht was gekomen.
En misschien is dat wel een van de redenen waarom oude beelden van The Human League nog steeds opvallend modern kunnen ogen.
Ze probeerden niet te lijken op andere bands uit 1981.
Ze probeerden te bedenken hoe een band uit de toekomst eruit zou kunnen zien.
Geen afscheid
Na “Octopus” volgden nog “Secrets” in 2001 en “Credo” in 2011.
Nieuwe albums verschenen steeds minder vaak, maar The Human League bleef optreden.
En dat doen ze nog steeds.
De kern bestaat nog altijd uit Philip Oakey, Joanne Catherall en Susan Ann Sulley.
Dat is misschien wel het opmerkelijkste hoofdstuk uit het hele verhaal.
De twee meisjes die Philip Oakey in 1980 toevallig zag dansen in de Crazy Daisy en die volgens vrijwel iedere logische voorspelling misschien een paar maanden met de band zouden meegaan, staan meer dan vier decennia later nog steeds naast hem.
Susan vertelde in 2026 dat ze destijds helemaal niet verwachtten dat het lang zou duren.
Niemand kon immers weten wat er zou gebeuren.
Drie mensen die elkaar blijven verdedigen
Philip Oakey omschreef de band vele jaren later op een mooie manier.
Natuurlijk maken de drie ruzie.
Na meer dan veertig jaar samenwerken zou het waarschijnlijk vreemd zijn wanneer dat niet gebeurde.
Maar er bestaat een soort ongeschreven regel.
Onderling mogen Philip, Susan en Joanne elkaar ongeveer alles zeggen.
Komt iemand van buitenaf aan een van hen, dan staan ze onmiddellijk met z'n drieën tegenover die persoon.
Misschien verklaart juist dat waarom deze merkwaardige combinatie zo lang heeft standgehouden.
Een voormalige ziekenhuiswerker die zanger werd.
Twee schoolvriendinnen die tijdens een avondje dansen werden ontdekt.
Een band die ooit bijna uit elkaar viel voordat het grootste succes überhaupt begonnen was.
De dingen waarvan dromen gemaakt zijn
The Human League begon als een experiment.
Een paar jonge mannen uit Sheffield wilden bewijzen dat je zonder traditionele rockinstrumenten muziek kon maken.
Daarna viel de groep bijna uiteen.
Uit pure noodzaak werden twee dansende schoolmeisjes gevraagd om mee op tournee te gaan.
Een producer hielp primitieve synthesizers veranderen in glanzende popmuziek.
Een nummer dat de zanger eigenlijk niet als single wilde uitbrengen werd een van de beroemdste popsongs ooit gemaakt.
En meer dan vier decennia later staan Philip Oakey, Susan Sulley en Joanne Catherall nog steeds samen op het podium.
Misschien past daarom één titel van “Dare” beter bij hun geschiedenis dan welke andere ook:
“The Things That Dreams Are Made Of”.
Want The Human League is uiteindelijk niet alleen het verhaal van synthesizers en hits.
Het is vooral het verhaal van toevalligheden.
Van een band die op het verkeerde moment uit elkaar leek te vallen.
Van twee meisjes die toevallig op de juiste avond in de juiste club stonden te dansen.
En van een liedje waar de maker zelf nauwelijks in geloofde.
Soms blijkt popgeschiedenis niet zorgvuldig gepland te worden.
Soms staat ze gewoon ergens op een dansvloer in Sheffield te wachten.