Dit is radio zoals radio bedoeld is… zaterdag 19 september om elf uur: de mooiste muziek uit de jaren 60, 70 en 80. Vraag nu uw favoriete nummer aan. Elke week weer een nieuw weetje over een band of artiest, nu Gerry And The Pacemakers..
Van een lege kroeg naar de grootste podia ter wereld

Van een lege kroeg naar de grootste podia ter wereld

Artiest: Dire Straits

Weetje van 30 augustus 2026

Van een kleine flat in Deptford naar Dire Straits

Het verhaal van Dire Straits begint niet in een luxe studio, maar in 1977 in Deptford, een ruige wijk in Zuid-Londen. John Illsley woonde daar in een eenvoudige flat samen met David Knopfler. Op een dag kwam hij thuis en trof hij in de woonkamer een man aan die op de grond in slaap was gevallen, met een gitaar nog over zijn lichaam. Het was Davids oudere broer Mark Knopfler.

Illsley wist op dat moment niet dat die slapende gitarist enkele jaren later een van de herkenbaarste gitaristen ter wereld zou zijn. Mark had van alles gedaan om rond te komen. Hij was journalist geweest, gaf Engelse les en speelde 's avonds in pubs. Muziek was voor hem nog geen carrière, maar iets wat hij eenvoudigweg móést doen.

Mark, David en John begonnen samen te spelen en haalden drummer Pick Withers erbij. In maart 1977 repeteerden ze in Farrer House in Deptford. Hun eerste optredens waren klein en weinig spectaculair. Ze stonden aanvankelijk zelfs nog bekend als Café Racers.


Een bandnaam die eigenlijk een grap was

De vier muzikanten hadden nauwelijks geld. Er moest huur worden betaald, apparatuur kostte geld en niemand wist of de band ooit voldoende zou verdienen om ervan te kunnen leven.

Volgens John Illsley was het iemand uit de omgeving van drummer Pick Withers die opmerkte dat de mannen letterlijk in “dire straits” verkeerden: in grote financiële moeilijkheden. De uitdrukking bleek zo goed bij hun situatie te passen dat ze hem als bandnaam gingen gebruiken.

Wat begon als een luchtige verwijzing naar hun lege portemonnees zou enkele jaren later op miljoenen platenhoezen over de hele wereld staan.

Op 28 juli 1977 traden ze voor het eerst onder de naam Dire Straits op, als voorprogramma van Squeeze.


De vreemde avond achter Sultans of Swing

Ook Sultans of Swing ontstond uit iets heel kleins. Mark Knopfler liep op een regenachtige avond een vrijwel lege pub binnen. In een hoek stond een weinig glamoureus Dixieland-jazzbandje te spelen. Bijna niemand luisterde en enkele bezoekers waren meer geïnteresseerd in hun potje biljart dan in de muzikanten.

Aan het einde van de avond kondigde een van de mannen met opvallend veel waardigheid aan dat zij de “Sultans of Swing” waren. Knopfler vond het contrast prachtig: een stel gewone mannen in een bijna lege kroeg met een naam die klonk alsof ze in de grootste balzaal ter wereld optraden.

Voor iemand die ooit journalist was geweest, was het precies zo'n klein tafereel dat in zijn hoofd bleef zitten. Hij maakte er een lied van over muzikanten die niet beroemd zijn, nauwelijks publiek hebben, maar tóch spelen omdat muziek hun leven is.

Jaren later zou juist dat lied door tienduizenden mensen tegelijk worden meegezongen.


Een eenvoudig demobandje opent de deur

In juli 1977 had de groep nauwelijks geld, maar ze wisten genoeg bij elkaar te krijgen om een demo op te nemen in Pathway Studios in Londen. Daar legden ze onder meer Sultans of Swing, Water of Love, Down to the Waterline en Wild West End vast.

De opname kwam terecht bij Charlie Gillett, presentator van BBC Radio London. De band hoopte vooral dat hij naar hun muziek wilde luisteren en misschien wat nuttig advies kon geven.

Gillett deed iets veel belangrijkers. Hij draaide Sultans of Swing gewoon in zijn radioprogramma.

Plotseling begonnen mensen uit de platenwereld te vragen wie die onbekende band was met die merkwaardige zanger en dat opvallende gitaarspel. Op 12 december 1977 tekende Dire Straits een platencontract bij Phonogram.

Een paar maanden eerder speelden ze nog voor bijna niemand. Nu lag de weg naar een eerste album open.


Een gitarist die bijna niet bewoog

Het debuutalbum Dire Straits verscheen in 1978. De groep paste nauwelijks bij de muzikale mode van dat moment. Punk was luid en opstandig, disco beheerste de dansvloeren en veel grote rockbands kozen voor enorme versterkers en spectaculaire shows.

Mark Knopfler deed bijna het tegenovergestelde. Hij stond vaak vrijwel onbeweeglijk op het podium en liet zijn gitaar het werk doen. Hij speelde meestal zonder plectrum en gebruikte zijn vingers rechtstreeks op de snaren. Daardoor ontstond het heldere, soepele en bijna pratende gitaargeluid dat onmiddellijk herkenbaar zou worden.

groeide langzaam uit tot een internationale hit. Opvallend genoeg kwam het grote succes in sommige andere landen eerder dan in Groot-Brittannië zelf.

De mannen die kort daarvoor nog nauwelijks genoeg geld hadden om rond te komen, stonden ineens op podia in Europa en Amerika.


Communiqué en het leven onderweg

In 1979 verscheen het tweede album Communiqué. Met nummers als Once Upon a Time in the West, Lady Writer en Portobello Belle liet Dire Straits horen dat het succes van het debuut geen toeval was.

De groep reisde ondertussen vrijwel voortdurend. Tijdens de eerste Noord-Amerikaanse tournee werden op sommige dagen zelfs twee optredens gespeeld. Het romantische idee van een rockband die ontspannen de wereld rondreist maakte al snel plaats voor hotels, vliegvelden, soundchecks, bussen en steeds weer een volgend podium.

Mark Knopfler bleef onderweg voortdurend kijken naar de mensen om hem heen. Een meisje op rolschaatsen, een taxichauffeur, geliefden, arbeiders, nachtelijke straten of iemand die toevallig een bijzondere opmerking maakte: alles kon uiteindelijk in een lied terechtkomen.

Zijn verleden als journalist was nooit helemaal verdwenen.


De broers Knopfler gaan uit elkaar

Tijdens de opnamen van Making Movies in 1980 ontstonden steeds grotere spanningen tussen Mark en zijn jongere broer David. Ze verschilden van mening over de muzikale richting en vooral over de manier waarop Mark steeds duidelijker de leiding binnen de groep nam.

David Knopfler vertrok uiteindelijk tijdens de opnamen.

Het moet een vreemde periode zijn geweest. De band die de twee broers samen hadden opgebouwd stond op het punt nog groter te worden, maar precies op dat moment gingen hun wegen uiteen.

Met pianist Roy Bittan van Bruce Springsteens E Street Band kreeg de muziek ondertussen een voller en filmischer karakter. Nummers als Romeo and Juliet, Tunnel of Love en Skateaway lieten horen dat Dire Straits inmiddels veel meer was geworden dan het sobere viermansbandje uit Deptford.


Het verhaal achter Romeo and Juliet

Romeo and Juliet groeide uit tot een van de meest geliefde nummers van Dire Straits. Het lied gebruikt de beroemde geliefden van Shakespeare, maar Knopfler maakte er een veel moderner verhaal van over een relatie waarin de een verdergaat terwijl de ander nog met zijn gevoelens achterblijft.

Het nummer begint met het onmiddellijk herkenbare geluid van Knopflers resonatorgitaar. Tijdens concerten waren vaak slechts enkele noten nodig voordat het publiek wist welk nummer eraan kwam.

Het werd geen wereldhit van het formaat Money for Nothing, maar groeide juist door de jaren heen uit tot een nummer waar veel liefhebbers een bijzondere band mee kregen.

Sommige liedjes hebben geen nummer één-notering nodig om uiteindelijk klassiekers te worden.


Love Over Gold en veertien minuten Telegraph Road

Met Love Over Gold uit 1982 ging Mark Knopfler nog verder. De normale regels voor een popalbum leken nauwelijks meer belangrijk.

Telegraph Road duurde meer dan veertien minuten en vertelde bijna een complete geschiedenis in één nummer. Private Investigations was donker, langzaam en vol stiltes. Het leek nauwelijks geschikt voor de hitparade, maar werd toch een grote hit.

De muziek mocht zacht beginnen, minutenlang spanning opbouwen en daarna plotseling openbreken. Dire Straits had inmiddels voldoende succes om niet meer te hoeven nadenken over de vraag of een radiostation een nummer wel kort genoeg vond.

Kort na de opnamen vertrok drummer Pick Withers, die vanaf het allereerste begin bij de groep had gespeeld. Terry Williams nam zijn plaats in.

Mark Knopfler en John Illsley bleven ondertussen de vaste kern van een band waarvan de bezetting steeds veranderde.


Alchemy en een totaal andere Sultans of Swing

Tijdens concerten speelde Dire Straits de nummers zelden exact zoals ze op de studioalbums stonden. Intro's werden langer, solo's veranderden en sommige nummers kregen live een compleet nieuwe spanningsboog.

Dat is goed te horen op Alchemy: Dire Straits Live, dat werd opgenomen tijdens concerten in het Hammersmith Odeon in Londen en in 1984 verscheen.

Vooral Sultans of Swing was inmiddels enorm veranderd. Het eenvoudige nummer over een onbekend jazzbandje was uitgegroeid tot een groot concertstuk waarin Knopfler alle ruimte kreeg voor zijn gitaarspel.

Daar zat een prachtige tegenstelling in. Het lied ging over muzikanten die in een kroeg speelden terwijl bijna niemand luisterde. Knopfler speelde hetzelfde nummer inmiddels voor duizenden mensen die juist voor iedere noot waren gekomen.


Brothers in Arms begint in de tropische regen

Voor het volgende album reisde Dire Straits naar AIR Studios op Montserrat, de beroemde studio die Beatles-producer George Martin op het Caribische eiland had laten bouwen.

Het klonk als de ideale plaats om een plaat op te nemen: palmbomen, warmte, blauwe lucht en een studio op een tropisch eiland.

Alleen werkte het weer niet mee.

Gedurende een groot deel van de eerste weken regende het vrijwel voortdurend. Toch kwam het eiland letterlijk in de muziek terecht. In Ride Across the River werden geluiden uit de omgeving gebruikt, waaronder de insecten die rondom de studio te horen waren.

De groep werkte bovendien met moderne digitale opnameapparatuur. Dat was destijds vooruitstrevend, maar niet altijd betrouwbaar. Opnamen konden problemen geven en technici moesten soms flink improviseren om materiaal te redden.

Zelfs in een van de modernste studio's ter wereld bleef opnemen soms gewoon een kwestie van hopen dat de techniek bleef werken.


Omar Hakim vliegt naar Montserrat

Tijdens de opnamen ontstonden problemen met de drumpartijen. Terry Williams was een krachtige en uitstekende live-drummer, maar Mark Knopfler en producer Neil Dorfsman zochten voor verschillende nummers een ander soort gevoel.

Sessiedrummer Omar Hakim werd daarom naar Montserrat gehaald.

Hakim luisterde naar het materiaal en nam in opvallend korte tijd verschillende nieuwe drumpartijen op. Een belangrijk deel van het werk werd binnen enkele dagen voltooid.

Het zegt veel over de manier waarop Knopfler in de studio werkte. Wanneer iets volgens hem niet precies goed voelde, maakte het nauwelijks uit hoeveel uren er al aan waren besteed.

Dan werd het gewoon opnieuw gedaan.


Money for Nothing begint in een elektronicawinkel

De basis voor Money for Nothing ontstond niet in een studio of achter een piano, maar in een elektronicawinkel in New York.

Mark Knopfler stond daar tussen de televisietoestellen waarop MTV te zien was. Een medewerker van de winkel keek naar de rocksterren op het scherm en begon commentaar te leveren. Volgens hem hadden die muzikanten het maar gemakkelijk. Een beetje gitaarspelen, beroemd worden en vervolgens bakken met geld verdienen.

Knopfler hoorde de manier waarop de man sprak en realiseerde zich dat hij eigenlijk rechtstreeks naar een songtekst stond te luisteren. Hij had geen pen bij zich en moest er een lenen om de opmerkingen zo snel mogelijk op papier te zetten.

Daarom is de man die in Money for Nothing aan het woord is niet Mark Knopfler zelf. Het is juist het type winkelmedewerker dat vanaf de zijlijn naar beroemde muzikanten kijkt en zich afvraagt waarom zij zoveel verdienen.

Een toevallig gesprek tussen televisies en koelkasten werd zo de basis voor een van de grootste hits uit de jaren tachtig.


Sting was toevallig op Montserrat

Voor de opening van Money for Nothing bedacht Knopfler dat de woorden “I want my MTV” geweldig zouden klinken wanneer Sting ze zou zingen.

Dat plan was normaal gesproken misschien ingewikkeld geweest, maar Sting verbleef toevallig op hetzelfde eiland.

Hij kwam naar de studio en zong de inmiddels beroemde opening in. Guy Fletcher vertelde later dat Sting bij aankomst verbaasd was over de rustige sfeer en opmerkte dat er blijkbaar niemand ruzie maakte. Het was een grappige verwijzing naar de veel onrustiger periode die The Police zelf tijdens opnamen op Montserrat hadden doorgemaakt.

De melodie van Stings zanglijn leek bovendien sterk op Don't Stand So Close to Me van The Police. Daardoor kreeg Sting uiteindelijk ook een vermelding als medecomponist.

Een van de herkenbaarste momenten uit de carrière van Dire Straits ontstond dus mede doordat Sting toevallig in de buurt was.


Walk of Life had bijna op de B-kant gestaan

Tegenwoordig is het moeilijk voor te stellen dat Walk of Life niet op Brothers in Arms zou hebben gestaan.

Toch zag Mark Knopfler het nummer aanvankelijk niet als een van de belangrijke nummers voor het album. Het was zelfs mogelijk dat het slechts als B-kant van een single zou verschijnen.

Manager Ed Bicknell dacht daar heel anders over. Toen hij het nummer hoorde, vond hij dat het absoluut op het album thuishoorde.

Hij kreeg gelijk.

Het opgewekte keyboardintro werd onmiddellijk herkenbaar en Walk of Life groeide uit tot een van de grootste en vrolijkste hits van Dire Straits.

Soms hangt het verschil tussen een vergeten B-kant en een wereldhit af van één persoon die op het juiste moment zegt: deze moeten we houden.


Brothers in Arms verandert alles

In 1985 verscheen Brothers in Arms. Het album bevatte onder andere So Far Away, Money for Nothing, Walk of Life, Your Latest Trick, Why Worry, Ride Across the River, The Man's Too Strong en het indrukwekkende titelnummer Brothers in Arms.

Het album werd een wereldwijd fenomeen.

Ook de opkomst van de compact disc speelde daarbij een bijzondere rol. Brothers in Arms was digitaal opgenomen en het heldere geluid maakte de plaat zeer geschikt om de mogelijkheden van de nieuwe cd-speler te demonstreren.

Voor veel muziekliefhebbers was het een van de eerste compact discs die ze kochten.

Dire Straits was niet langer alleen een succesvolle rockband. Het was plotseling een van de grootste groepen ter wereld.


Van Deptford naar Live Aid

Op 13 juli 1985 stond Dire Straits op het podium van Wembley Stadium tijdens Live Aid. Miljoenen mensen over de hele wereld keken via televisie mee.

Tijdens Money for Nothing verscheen Sting naast Mark Knopfler op het podium om zijn beroemde zangpartij live mee te zingen.

Het contrast met 1977 kon nauwelijks groter zijn.

Acht jaar eerder repeteerden een paar muzikanten in een eenvoudige flat in Deptford en wisten ze nauwelijks hoe ze hun rekeningen moesten betalen.

Nu stond dezelfde groep tijdens een van de beroemdste concertdagen uit de muziekgeschiedenis op Wembley.


Het succes wordt groter dan de band zelf

Na Brothers in Arms volgde een gigantische wereldtournee. Stadions waren uitverkocht en de band reisde met een enorme productie de wereld rond.

Van buitenaf leek het de ultieme droom.

Voor Mark Knopfler begon het steeds minder als een droom te voelen.

Een tournee van Dire Straits betekende inmiddels vrachtwagens vol apparatuur, technici, managers, hotels, vliegtuigen, beveiligers, interviews en duizenden mensen die iedere dag iets van hem wilden.

De man die ooit rustig een pub kon binnenlopen en onbekende mensen observeerde om daar later een lied over te schrijven, was nu zelf iemand naar wie overal werd gekeken.

Na afloop van de tournee trok Knopfler zich terug.

Hij hield zich bezig met filmmuziek, speelde met andere muzikanten en zocht bewust weer projecten op waarbij muziek belangrijker was dan het enorme circus eromheen.


Een paar jaar bijna geen Dire Straits

Na het gigantische succes werd het opvallend stil rond Dire Straits. Er kwam niet onmiddellijk een nieuw studioalbum om het succes van Brothers in Arms uit te buiten.

Mark Knopfler leek juist behoefte te hebben aan kleinere projecten. Hij maakte filmmuziek en speelde onder andere met muzikanten die hij bewonderde.

Dat kleinere karakter beviel hem.

Hij hoefde niet iedere avond het middelpunt van een stadion te zijn. Hij kon weer gewoon gitarist zijn tussen andere muzikanten.

Toch bleek het verhaal van Dire Straits nog niet helemaal afgelopen.


On Every Street – nog één studioalbum

In 1990 kwam een groot deel van de groep opnieuw bijeen. Mark Knopfler, John Illsley, Alan Clark en Guy Fletcher vormden de kern en samen met verschillende andere muzikanten begonnen ze aan een nieuw album.

In 1991 verscheen On Every Street.

De verwachtingen waren bijna onmogelijk hoog. Alles wat Dire Straits uitbracht werd automatisch vergeleken met het enorme succes van Brothers in Arms.

Nummers als Calling Elvis, On Every Street, Heavy Fuel, The Bug en You and Your Friend lieten horen dat Knopfler nog steeds verhalen kon vertellen en prachtige gitaarpartijen kon schrijven.

Maar ondertussen was de muziekwereld veranderd. Nieuwe rockbands verschenen, grunge brak door en de jaren tachtig waren definitief voorbij.

Dire Straits was ooit een band geweest die buiten de muzikale mode stond. Nu waren ze zelf een van de grote gevestigde namen geworden.


Calling Elvis en de Thunderbird-poppen

Voor Calling Elvis werd een opvallende videoclip gemaakt waarin de leden van Dire Straits veranderden in marionetten in de stijl van de televisieserie Thunderbirds.

Het paste perfect bij de titel van het nummer, waarin iemand Elvis Presley probeert te bellen alsof de overleden zanger gewoon ergens thuis naast de telefoon zou kunnen zitten.

De clip was grappig en technisch opvallend, maar onder die humor zat opnieuw iets typisch voor Knopfler: een lied over iemand die contact probeert te krijgen met een persoon die feitelijk onbereikbaar is.

Zelfs wanneer Dire Straits een vrolijke videoclip maakte, zat er vaak een melancholisch verhaal onder.


De laatste grote wereldtournee

Na On Every Street begon Dire Straits opnieuw aan een enorme wereldtournee.

Ditmaal werd steeds duidelijker hoeveel zo'n onderneming van de muzikanten vroeg.

John Illsley vertelde later hoe de eindeloze reeks hotels, kleedkamers, vliegvelden en concertzalen ervoor zorgde dat je op een gegeven moment nauwelijks nog wist waar je was.

Er was zelfs een moment waarop hij in een kleedkamer niet meer wist in welk land de band zich bevond. Het antwoord was ongeveer dat hij maar even op het tourschema moest kijken.

Het klinkt komisch, maar eigenlijk vertelde het precies wat er mis was.

De tournee was zo groot geworden dat reizen bijna belangrijker leek dan de plaats waar je daadwerkelijk was.


Het laatste concert zonder groot afscheid

Op 9 oktober 1992 speelde Dire Straits in Zaragoza in Spanje.

Niemand kondigde aan dat dit het definitieve laatste grote concert van de band zou worden.

Er kwam geen lange afscheidsspeech.

Geen dramatisch moment waarbij de bandleden elkaar huilend omhelsden.

Geen aankondiging dat een tijdperk ten einde was.

Het concert eindigde, Mark Knopfler bedankte het publiek en de muzikanten verlieten het podium.

Achteraf bleek dat een van de grootste rockbands ter wereld bijna geruisloos haar laatste volledige concert had gespeeld.

Eigenlijk paste dat rustige einde verrassend goed bij een groep die haar carrière ooit zonder grote show in kleine Londense zaaltjes was begonnen.


Waarom Mark Knopfler niet meer terug wilde

Na de tournee had Mark Knopfler steeds minder behoefte om Dire Straits opnieuw tot leven te brengen.

Het lag niet aan gebrek aan belangstelling. De band kon nog altijd enorme zalen vullen en een nieuw album zou vrijwel zeker miljoenen keren worden verkocht.

Juist dat was misschien het probleem.

Een nieuwe plaat betekende automatisch interviews, promotie, maandenlang repeteren en vervolgens opnieuw een gigantische wereldtournee.

Knopfler wilde muziek maken zonder dat iedere nieuwe opname meteen een internationaal bedrijf in beweging zette.

Hij wilde weer gitarist en liedjesschrijver zijn.

Niet de directeur van een rondreizende onderneming met honderden medewerkers.


In 1995 valt het doek definitief

In 1995 werd duidelijk dat Mark Knopfler definitief voor een solocarrière koos en dat Dire Straits als actieve band voorbij was.

Het opmerkelijke is dat er geen spectaculaire ruzie nodig was om de groep te laten stoppen.

Mark Knopfler en John Illsley waren jarenlang de vaste kern geweest en begrepen allebei dat ze vrijwel alles hadden bereikt wat een band kon bereiken.

Van kleine pubs naar stadions.

Van een eenvoudige demo naar tientallen miljoenen verkochte platen.

Van spelen voor mensen die nauwelijks luisterden naar concerten waarvoor tienduizenden mensen een kaartje wilden hebben.

Nog groter worden had nauwelijks betekenis meer.


De vreemde toevalligheden in het verhaal van Dire Straits

Wanneer je de geschiedenis van Dire Straits achter elkaar zet, valt op hoeveel belangrijke momenten begonnen met iets kleins.

Een onbekend jazzbandje in een vrijwel lege pub leverde de inspiratie voor Sultans of Swing.

Een radiopresentator die een eenvoudige demo kreeg toegestuurd besloot het nummer onverwacht op de radio te draaien.

Een medewerker in een elektronicawinkel die commentaar leverde op MTV gaf Mark Knopfler zonder het te weten materiaal voor Money for Nothing.

Sting bleek toevallig op Montserrat te zijn toen Knopfler een bijzondere stem voor datzelfde nummer zocht.

En Walk of Life, een van de bekendste nummers van de groep, had bijna slechts op de achterkant van een single gestaan.

De carrière van Dire Straits werd niet alleen gebouwd op talent en hard werken, maar soms ook op toevalligheden die precies op het juiste moment plaatsvonden.


Van Sultans of Swing tot Brothers in Arms

Misschien is het meest bijzondere aan Dire Straits dat de muziek ondanks het enorme succes vaak over heel gewone mensen bleef gaan.

Mark Knopfler schreef over muzikanten in een lege kroeg, geliefden die elkaar kwijtraken, arbeiders, nachtelijke straten, detectives, soldaten en mensen die vanaf de zijlijn naar het leven van anderen kijken.

Zelfs toen hij zelf een wereldster was geworden, bleef hij vaak schrijven vanuit het perspectief van iemand die ergens in een hoek staat te kijken en te luisteren.

Daarmee bleef een deel van de jonge journalist uit Deptford altijd aanwezig.

Van Down to the Waterline en Sultans of Swing ging het naar Romeo and Juliet, Private Investigations en Telegraph Road.

Daarna kwamen Money for Nothing, Walk of Life en Brothers in Arms.

En tenslotte Calling Elvis en On Every Street.


Een band die stopte terwijl iedereen nog wilde luisteren

De naam Dire Straits verwees ooit naar een stel muzikanten die nauwelijks genoeg geld hadden om rond te komen.

Vijftien jaar later konden ze vrijwel ieder groot stadion ter wereld vullen.

Ze hadden gemakkelijk iedere paar jaar opnieuw op tournee kunnen gaan en avond na avond dezelfde beroemde nummers kunnen spelen.

Het publiek zou waarschijnlijk zijn blijven komen.

Maar Mark Knopfler koos voor een ander leven.

Daarmee eindigde Dire Straits eigenlijk op een manier die perfect bij de band paste. Niet met een enorme explosie, niet met een publieke ruzie en niet doordat niemand de muziek meer wilde horen.

Ze stopten terwijl miljoenen mensen nog steeds wilden luisteren.

En misschien is dat wel de mooiste cirkel in hun hele geschiedenis.

Mark Knopfler schreef ooit Sultans of Swing over een groep onbekende muzikanten die in een bijna lege kroeg gewoon doorspeelde omdat ze van muziek hielden.

Uiteindelijk wilde hij zelf precies daar weer naar terug.

Niet naar de lege kroeg.

Maar wel naar het idee waarmee het ooit allemaal begon:

muziek maken omdat je muziek wilt maken.